Julien Clerc

La jupe en laine

|

De wollen rok

Video afspelen

Met de lancering van de single La jupe en laine van het album Où s’en vont les avions? uit 2008 werd ook bekend dat er een nieuwe vrouw was in het leven van Julien Clerc. Nou ja, vroúw. Een meisje nog maar in de ogen van een aantal menopauzale fans. Hélène Grémillon heette de 25-jarige brunette en de liefde deed de inmiddels 55-jarige Julien zichtbaar goed. De broeierige tekst van Maxime le Forestier gecombineerd met het speelse arrangement van Benjamin Biolay leverde een verrassend vitaal chanson op. Ik vond het alleen een rare tekst toen ik hem voor het eerst hoorde. “Maar wat is nou de bedoeling van dat wóllen rokje dan?” vroeg ik verbaasd aan een fan-vriendin. “Nou, dat dat uítgaat natuurlijk!” kraaide ze. Ach ja, natuurlijk c’est évident. Overal zit ook een liedje in…

La jupe en laine

Des souliers noirs, une jupe en laine,
je ne dors plus, tu sais, je veille
Sur son sommeil
et tout ce qui la blesse me tue
Je ne vis plus, tu sais, je brûle
et tout ce qui la blesse me tue
Jalouse et belle
tu sais je veille sur son sommeil

Elle se penche, elle se balance
Vous voyez bien que rien ne manque
Ni les silences, ni les serments
Ni les rubans fidèles et bleus,

ni les querelles des amoureux
Quand vient le soir, n’allez pas croire
Qu’on fera l’amour dans le noir
Et dans la chambre, elle rit, elle ment
Et moi, je meurs d’amour pour elle

Les autres fois, je pense à elle
comme au bon Dieu, sans trop y croire
Le fol espoir de l’amour fou, elle danse, elle chante
Et quand elle sort, j’attends, j’attends
Je prie sûrement

Elle se penche, elle se balance
Vous voyez bien que rien ne manque
Elle change sa robe et l’eau des fleurs
Et moi, je meurs d’amour pour elle

Les autres fois, je pense à elle
comme au bon Dieu, sans trop y croire
Le fol espoir de l’amour fou, elle danse, elle rit
Et quand elle sort, j’attends, j’attends
Je prie sûrement

De wollen rok

Haar zwarte pumps, een wollen rok
Ik doe geen oog meer dicht, ik waak
Terwijl ze slaapt
En sterf als wat dan ook haar kwetst
Ik leef niet meer, brand langzaam op
En sterf als wat dan ook haar kwetst
Jaloers en mooi
Weet dat ik waak terwijl ze slaapt

Ze buigt volleerd, ze balanceert
Zie hoe het hier aan niets ontbreekt
Geen enk’le snauw, geen eed van trouw
Geen boterbriefjes en geen spijt
Geen ruzies tussen haar en mij

En valt de nacht, nee – nooit gedacht
dat liefde daglicht niet verdraagt
Geloof me maar, ze liegt, ze lacht
En ik, ik sterf van liefd’ voor haar

En verder denk ik vaak aan haar
Zoals aan God voor ’t-geval-dat
‘t Is idioot, zo smoorverliefd
Ze danst, ze zingt en als ze gaat
Wacht ik en bid uit alle macht

Ze buigt volleerd, ze balanceert
Zie hoe het hier aan niets ontbreekt
Ze schikt de bloemen en haar rok
en ik, ik sterf van liefd’ voor haar

En verder denk ik vaak aan haar
Zoals aan God, voor ‘t-geval-dat
‘t Is idioot, zo smoorverliefd
Ze danst en lacht en als ze gaat
Wacht ik en bid uit alle macht

Paroles:  

Maxime le Forestier

Musique: 

Julien Clerc

Vertaling:  

Inge Klinkert